Wie zich waagt aan de aristocratische wereld van Japanse thee, botst vroeg of laat op een naam die met fluwelen autoriteit op de tong rust: Gyokuro. Letterlijk vertaald betekent het “jade dauw” – een poëtische benaming die de verfijnde esthetiek en fragiele grootsheid van deze thee subliem weerspiegelt. In de fijnmazige hiërarchie van Japanse sencha’s staat Gyokuro zonder discussie op de top. Niet zomaar top, maar het soort top dat men alleen bereikt na eeuwen van obsessief perfectionisme, klimatologische manipulatie en pure devotie. Gyokuro is geen dorstlesser. Gyokuro is een ervaring. Een fluistering in umami. Een stille knik in de richting van Kyoto’s oude theemeesters. En ja, een theesoort die met niets minder dan ceremonieel respect benaderd dient te worden.

Wat maakt gyokuro zo uitzonderlijk?

Gyokuro is een schaduwthee. Geen banale groene thee die daglicht opslorpt zoals een toerist op een Spaans strand, maar een thee die enkele weken voor de pluk in het halfduister gehuld wordt. Men spant doeken over de struiken – traditioneel komo-maki (rieten matten), tegenwoordig vaak synthetische netten – om het zonlicht systematisch te weren. Zo’n twintig tot dertig dagen leeft de theeplant onder deze groengrijze sluier. De fotosynthese vertraagt. Het blad kleurt dieper, voller. De plant maakt meer theanine aan en houdt haar bitterstoffen in toom. Het resultaat? Een thee die umami ademt. Zijdezacht op het gehemelte. Zoetig, romig, bijna… zeewierig, zonder visachtig te zijn. Alsof spinazie en dashi zich elegant hebben verzoend in vloeibare vorm.

Vergis je echter niet: niet elke Gyokuro is groots. De herkomst, cultivar en manier van behandelen na de oogst zijn bepalend. De allerbeste Gyokuro komt uit Yame (Fukuoka), Uji (Kyoto), Kirishima (Kagoshima – zoals mijn favoriete Gyokuro van JADE TEA) of Asahina (Shizuoka). Binnen kennerskringen geldt Yame Gyokuro als de meest uitgebalanceerde: diep, stroperig, complex. Terwijl Uji-varianten doorgaans verfijnder en eleganter zijn – alsof je een zijden kimono drinkt in plaats van draagt.

De bereiding vereist precisie (en nederigheid)

Wie Gyokuro op standaard wijze bereidt – kokend water, 2 minuten trekken – verdient een levenslang verbod op Japanse thee. Dit is geen thee die je ‘even snel’ zet. Gyokuro vraagt geduld, aandacht en een thermometertje. De ideale watertemperatuur ligt tussen de 40°C en 60°C, afhankelijk van de intensiteit die men zoekt. Lager betekent meer umami, minder bitterheid, meer viscositeit. Hoger betekent verlies aan subtiliteit, maar iets meer helderheid in het profiel.

Een klassieke richtlijn voor één persoon:

  • 5 gram thee
  • 40-50 ml water
  • Watertemperatuur: 50°C
  • Trektijd: 2 minuten

Ja, dat lees je goed. 5 gram voor een theekopje van amper 40 ml. Een dikke, weelderige infusie, meer elixer dan drank. Deze intens geconcentreerde vorm geeft Gyokuro zijn fluweelachtige mondgevoel en lange, elegante afdronk. De volgende infusies gaan iets sneller, met iets warmer water. Maximaal drie à vier infusies, waarbij je telkens een ander facet van het blad ontdekt. Bij de tweede kop komt soms een ziltig aspect naar voren, bij de derde een zoete mineraliteit. Geen enkele infusie is banaal. Gyokuro is een thee die een dialoog opent – met zichzelf, met jou, met het water. ☯️

Hoe bewaar je gyokuro zonder zijn ziel te doden?

Als je al bereid bent €20 tot €50 (of meer) per 50 gram te betalen voor een top-Gyokuro, dan verdien je het om te weten hoe je die investering niet in luttele weken ruïneert. Bewaren van Gyokuro is geen detail, het is een rite op zich. Bewaar hem luchtdicht, in een niet-transparant blik of zak, liefst in de koelkast. En als je hem uit de koelkast haalt, laat hem eerst op kamertemperatuur komen voor je het blik opent – anders condenseert de luchtvochtigheid op je thee, en dat is onherstelbaar. Stel je voor: maanden werk van de boer, geoxideerd door jouw ongeduldige hand. Onvergeeflijk.

Sommige elitaire Japanners bewaren hun Gyokuro in keramische potjes, afgevuld met stikstof of rijstkorrels als vochtopvanger. Overdreven? Misschien. Of net niet. In deze kringen geldt de stelregel: Wie thee respecteert, respecteert het werk van de natuur én de mens.

Waarom gyokuro nooit een mainstream thee zal worden

Gyokuro is géén thee voor het grote publiek. Niet omdat het niet zou smaken – integendeel – maar omdat zijn smaak onnatuurlijk goed is voor een ongeoefend palet. De meeste mensen vinden het initieel “te zeewierig”, “te zwaar”, “te dik”. Dat is hetzelfde als een Lafite Rothschild uit 1982 afwijzen omdat hij niet smaakt als een fruitige huiswijn. Gyokuro is complex. Gyokuro is een meesterwerk. Het vraagt geoefende smaakpapillen en een bereidheid om je verwachtingen los te laten. Dit is geen dorstlesser. Dit is vloeibare contemplatie.

Zelf raad ik aan om Gyokuro pas te introduceren aan iemand die al vertrouwd is met sencha, kabusecha, of misschien zelfs kamairicha. Laat ze eerst het spectrum van meer toegankelijke Japanse theeën verkennen, en pas daarna, wanneer hun smaakzin verfijnd genoeg is, nodig je hen uit voor een sessie Gyokuro. Dat moment is magisch – alsof je iemand uitnodigt in een stille tuin waar alles klopt: de schaduw, de dauw, de stilte en de diepte. 🌿

Mag je de natte blaadjes opeten? Absoluut

De dikke, zijdezachte infusie is slechts het begin. Na het zetten blijven er malse, glanzende theeblaadjes achter. Niet weggooien. Nooit. Deze used leaves – of ocha no atozara – zijn eetbaar en worden in Japan vaak gebruikt in salades of met een paar druppels ponzu of shoyu geserveerd als otsumami (lichte snack). De structuur is delicaat, zacht als gestoomde spinazie, met een subtiele, hartige noot. Een beetje sesamolie, wat geroosterde sesamzaadjes en een snufje zout… en je krijgt een kleine ode aan het blad zelf. 🥢

Dit toont ook het radicale respect dat in de Japanse theecultuur heerst: niets wordt verspild. Elk aspect van de plant wordt geëerd. En terecht. Want wat Gyokuro ons geeft, is meer dan smaak – het is inzicht, verstilling en de bereidheid om écht te proeven in plaats van te drinken.

Gyokuro is geen thee voor elk moment. Het is een thee voor die zeldzame momenten waarop men klaar is om te luisteren. Niet naar woorden, maar naar het blad zelf. Naar het fluisteren van umami. Naar het ruisen van de schaduw. Naar de jadegroene echo van een theetuin in Yame of Uji. Een ervaring die men proeft, maar vooral bewaart. In stilte. 🍃

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.