Er zijn theesoorten waar men naar reikt uit nieuwsgierigheid, en er zijn theesoorten waarvoor men een altaar zou bouwen – Dong Ding, ook wel bekend als “Tung Ting”, behoort zonder enige twijfel tot die laatste categorie. Afkomstig van het onmiskenbaar magische Lugu District in Nantou County, midden in het bergachtige binnenland van Taiwan, is deze half-geoxideerde oolong een zeldzaam voorbeeld van balans, karakter en ambachtelijkheid die zelden nog te vinden is in het post-industriële theelandschap.
De naam “Dong Ding” betekent letterlijk “Bevroren Top”, een poëtische verwijzing naar de mistige, koele bergflanken van de Dong Ding-berg (ook wel Tung Ting-berg genoemd), waar de theestruiken zich tegoed doen aan de ochtendnevels en minerale bergwinden. Deze condities zijn niet zomaar romantisch; ze zorgen voor een trage groei, diepe worteling en een ongeëvenaarde complexiteit in het blad.
Het zou blasfemie zijn om Dong Ding te verwarren met eender welke generieke oolong. Deze thee is het resultaat van een unieke combinatie van klimaat, cultivar (meestal Qing Xin of ‘Green Heart’) en vakmanschap die tot op de minuut wordt afgemeten. Goed gemaakte Dong Ding ruikt naar rozenhout, gekaramelliseerde perzik, gebrande noten en het leer van een oude bibliotheek. Slecht gemaakte Dong Ding… wel, daar hebben we het liever niet over.
Het proces: oxidatie als choreografie
De magie van Dong Ding begint niet bij de pluk – ze begint bij de plantenkeuze, de bodemsamenstelling en de locatie van de tuin, maar dat is voor een andere discussie. Waar het werkelijk intrigerend wordt, is in de verwerking. Dong Ding is een oolong met een semi-oxidatiegraad van ongeveer 15 tot 30%, hoewel sommige modernere interpretaties hoger durven gaan. Hier begint de ware dans tussen enzymatische bruining en controle.
Na het plukken – met de hand uiteraard, zoals het hoort – worden de blaadjes in de zon verwelkt, een fase die in Taiwan niet zomaar gebeurt met een thermometer in de hand, maar met ervaring in de huid en neusgaten van de theemeester. Daarna volgt het ‘bruisen’ of yao qing: een ritmische bewerking waarbij de bladeren zachtjes worden geschud om de celwanden licht te breken, wat de oxidatie op gang brengt. Dit proces wordt herhaald met microscopische precisie, vaak over een periode van meerdere uren.
Vervolgens worden de bladeren geroosterd – meestal over houtskool – in een gecontroleerde hitte die de suikers karameliseert, de tannines verzacht en de aroma’s concentreert. Dit ‘bakken’, of hong pei, is een kunst op zich. Veel Dong Ding wordt licht geroosterd, maar de ware connaisseurs zoeken naar die medium-roasted varianten, waar de bitterheid transformeert tot de zachte diepte van gegrild kastanjevlees en pruimenlikeur.
Hoe herken je een meesterlijke Dong Ding?
Er is veel inferieure “Dong Ding” op de markt – veelal afkomstig van lage hoogtes of met mechanische verwerking. De echte kenners vertrouwen op hun zintuigen. Het droge blad moet strak gerold zijn tot kleine, donkergroene bolletjes, glanzend maar niet vet, compact maar niet broos. Wanneer je het hete water giet (tussen 90 en 95°C – lager is laf, hoger is lomp), ontvouwen de bladeren zich tot elegante, bijna volledige blaadjes met een licht roodbruine rand.
De infusie zelf moet koperachtig goud zijn, helder als een ochtendzon door rijstpapier. De geur is een mengeling van bloemige finesse (orchidee, jasmijn), fruitige tonen (witte perzik, gedroogde abrikoos) en een ongrijpbare ‘wabi-sabi’ rokerigheid – het aroma van iets ouds, iets edels, iets dat niet opnieuw gecreëerd kan worden.
En dan de smaak… hier komt het oordeel. Een eerste slok zou een zijdeachtig mondgevoel moeten geven, met een gelaagde complexiteit die zich uitvouwt als een klassieke Chinese symfonie. De afdronk moet blijven hangen. Niet secondenlang, maar minutenlang. Een goede Dong Ding is als een oude vriend die, zelfs als hij vertrekt, nog uren in je gedachten blijft hangen.

Waarom is Dong Ding zo’n esthetisch statement?
Dong Ding is geen thee die je achteloos bij een boek giet. Ze vereist je volledige aandacht. Een chawan, een gaiwan, een klein Yixing-kannetje – dit zijn geen accessoires maar essentiële instrumenten voor de juiste beleving. Idealiter zet je Dong Ding via gong fu cha-stijl, met korte infusies en meerdere rondes. Je drinkt haar niet. Je beleeft haar.
Wat Dong Ding zo zeldzaam maakt, is de balans: niet zo grassig en astringent als een groene thee, niet zo zwaar en stroperig als een zwarte. Ze zweeft ergens tussen lichtheid en gewicht, tussen bloem en rook, tussen frisheid en diepte. Er zijn weinig andere theesoorten die zóveel identiteit combineren zonder zichzelf op te blazen in een overdaad aan sensaties.
Ik durf te stellen dat een goed gemaakte Dong Ding zich kan meten met de beste Darjeeling First Flush of een oude Sheng Pu’er. Ja, dat zeg ik als iemand met een kast vol Long Jing, Da Hong Pao en Gyokuro – en ik zeg het met overtuiging. Dit is geen commerciële thee; het is een artistiek manifest verpakt in een blaadje.
Welke Dong Ding moet je kopen, en waar moet je opletten?
Tja, een van de grootste teleurstellingen bij het zoeken naar Dong Ding is de overdaad aan namaak. “Dong Ding-style oolong” uit laagland-Taiwan, uit Vietnam, uit Thailand… men gebruikt de naam als clickbait. Laat je niet misleiden. Zoek naar producenten uit Lugu, en als het even kan: boeren die hun eigen oogsels verwerken – dat is de enige manier waarop terroir, vakmanschap en controle werkelijk samenkomen.
En vraag altijd naar het roast-niveau. Licht geroosterde Dong Ding is toegankelijker, fruitiger, en populair bij beginners. Maar wie durft, kiest voor medium of zelfs strong roast: dan proef je echt de diepte van het hout, het mysterieuze van oude berggrond.
Een persoonlijke aanrader? De Dong Ding van het “Ching Jin Studio” in Lugu is goddelijk. Licht geroosterd, met een tweede versie die medium roast is na negen maanden rust. Alleen al het aroma van de droge bladeren doet je knieën knikken. 🫖 De prachtige Dong Ding van Thee.be is ook een prachtige optie uit de buurt van Nantou. Heerlijk licht geöxideerd. Een heerlijke Dong Ding!
Nog een tip: vermijd Dong Ding die verkocht wordt in plastic verpakking of aluminiumzakken zonder ventiel. Deze thee leeft, ademt, en moet bewaard worden als wijn. Koel, droog, en liefst in kleipot of bruin keramiek. Laat haar ademen. Drink haar niet meteen na aankomst – geef haar een maand om tot rust te komen. Ze zal je belonen.
Is Dong Ding de moeite voor een westers gehemelte?
Laat me onverbloemd zijn: Dong Ding is niet voor iedereen. Net zoals een Jura-whisky niet tot zijn recht komt in een cola-cocktail, of een 30-jarige Barolo niet thuis hoort op een barbecue. Je moet de subtiliteit willen proeven. En dat vereist oefening. Maar voor wie de moeite neemt, wacht een ervaring die niet geëvenaard wordt door mainstream theesoorten.
In het Westen zijn we geneigd om thee te categoriseren: groene thee is licht, zwarte thee is zwaar, oolong is… tja, wat? Maar Dong Ding laat zien dat er een hele wereld bestaat tussen extremen. Ze is als een Japanse tuin: zorgvuldig opgebouwd, elke steen bewust geplaatst, en tegelijk natuurlijk en vrij. 🍃
Wie de finesse van Dong Ding leert waarderen, gaat daarna anders naar alle thee kijken. Je proeft de mineraliteit, de oxidatie, het vuur van de roast, de discipline van de maker. En geloof me – daarna smaakt een supermarkt-oolong als gekookt karton.
Dong Ding is dus geen hype, geen modieuze niche. Ze is een tijdloos monument in het theelandschap, een culturele expressie die niet gereduceerd kan worden tot “aroma” en “smaakprofiel”. Ze is een levenshouding. En voor wie haar respecteert, biedt ze telkens weer een ander gezicht. ☯️

