Wie zich ooit verdiept heeft in de fijnzinnige wereld van Taiwanese oolong zal ongetwijfeld hebben gehoord van een thee die bijna sprookjesachtig klinkt: Oriental Beauty, of in het Chinees: 東方美人 (Dong Fang Mei Ren). Deze thee is geen gewone drank. Ze is een culturele artefact, een botanische ode aan imperfectie, en voor de kenner een zintuiglijk festijn dat grenst aan extase. Dit is geen infusie die je gedachteloos slurpt op maandagochtend. Dit is thee voor connaisseurs, voor wie bereid is om zich over te geven aan subtiliteit, oxidatie en het vlindereffect van een insect.

Oriental Beauty wordt vaak vergeleken met champagne. Niet omdat ze bruisend is – integendeel – maar omdat de productie ervan volledig afhankelijk is van de juiste omstandigheden, de juiste mensen, en een vleugje geluk. De thee is delicaat, uiterst complex en, voor wie het weet te appreciëren, niets minder dan verheffend.

Wat maakt Oriental Beauty zo anders dan andere oolongs?

Laat ons beginnen bij het begin: Oriental Beauty is een zwaar geoxideerde oolong – ergens tussen 65 en 85 procent – wat het oxidatieniveau van een lichte zwarte thee benadert. Maar waar zwarte thee vaak wordt geassocieerd met kracht en bitterheid, blijft Oriental Beauty in het domein van de finesse, met aroma’s die doen denken aan honing, rijpe vruchten, muscatdruiven en zelfs tropisch fruit. Geen enkele andere oolong belichaamt zo’n elegante disbalans tussen oxidatie en zachtheid.

Wat haar uniek maakt, is de tussenkomst van een klein insect: de Jacobiasca formosana, een bladluisje dat zich tegoed doet aan de jonge theebladeren. Klinkt als een ramp voor een theeplantage, maar in dit geval is het een zegen. De beten van deze luis activeren een verdedigingsmechanisme in de plant waardoor er aromatische verbindingen worden aangemaakt – met name monoterpenoïden – die de bladeren een karakteristieke muskaataroma geven. Zonder deze beet is er géén Oriental Beauty. Punt.

Het is exact dat aspect, die symbiose tussen schade en schoonheid, die deze thee verheft tot poëzie. Het doet denken aan kintsugi, de Japanse kunst om gebroken porselein te herstellen met goud. Het zijn net de imperfecties die Oriental Beauty definieert.

Een thee die haar naam dankt aan koloniale bewondering

De naam “Oriental Beauty” is een koloniale overlevering van Britse hand. Volgens de overlevering werd deze thee in de 19e eeuw geëxporteerd vanuit Taiwan naar Engeland, waar ze tijdens een theepartijtje door koningin Victoria werd geproefd. Ze zou hebben uitgeroepen: “What an Oriental beauty!” – en de naam bleef hangen. In Taiwan zelf wordt de thee ook wel Bai Hao Oolong genoemd, of in de volksmond Pong Fong Cha, wat “geurende thee” betekent. De Taiwanezen zijn, terecht, trots op deze lokale parel, en de naam “Oriental Beauty” wordt daar met een lichte ironie geaccepteerd, als een herinnering aan de buitenlandse bewondering voor hun kunde.

De bladeren van deze thee zijn meteen herkenbaar: een wirwar van wit, groen, rood, bruin en paars, alsof een impressionistisch schilderij zich heeft neergevlijd op de bodem van je theepot. De witte tips – de jonge, gebeten toppen – zijn essentieel voor de kwaliteit. Zonder die “witte haartjes” is de thee inferieur. Elke producent die zichzelf serieus neemt zal de bladeren met de hand plukken, selecteren en zonder enige mechanisatie verwerken. Een respectvolle buiging voor de natuur en het ambacht.

Waarom Oriental Beauty enkel in bepaalde regio’s tot haar recht komt

Er wordt wel eens geprobeerd om Oriental Beauty buiten Taiwan te telen, bijvoorbeeld in Yunnan of zelfs in Vietnam, maar dat is als proberen Pomerol te maken in Zuid-Duitsland. De terroir – en vooral het microklimaat – is essentieel. In het noordwesten van Taiwan, in districten zoals Hsinchu en Miaoli, heersen precies die vochtige omstandigheden waar de beruchte bladluis zich thuis voelt. Te droog? Geen beten. Te nat? Schimmel. Het is een fragiel evenwicht tussen plagen en parels.

De producenten daar zijn vaak kleinschalige familiebedrijven, en het is niet ongebruikelijk dat een bepaalde oogst volledig wordt afgekeurd door de theemaker als de luisactiviteit onvoldoende was. Een excellente Oriental Beauty is dus schaars. De prijzen kunnen dan ook astronomisch zijn – maar zoals bij grand cru wijnen of single harvest matcha: je betaalt voor precisie, traditie en genade.

Ik proef jaarlijks tientallen Oriental Beauties, en ik kan zeggen: slechts een handvol bereikt dat etherisch niveau van florale complexiteit en zoete diepte waar je stil van wordt. Een topklasse Oriental Beauty kan smaken naar honingraat, perzik, lychee, en witte muskaatwijn, met een afdronk die minuten blijft hangen – een zachte echo van Taiwan in je mond. 😌

Hoe zet je Oriental Beauty zonder haar ziel te verliezen?

Ik heb mensen hun Oriental Beauty zien mishandelen met kokend water in een stenen pot. Dat is een criminele daad. Deze thee verdient een ceremonieel benadering, liefst in gaiwan of zhong, waarbij elke infusie een glimp geeft van haar complexiteit. Het water mag niet heter zijn dan 85°C, tenzij je genoegen neemt met het vermoorden van aroma’s. De eerste infusie is kort: 20 seconden, maximaal. Daarna elke infusie iets langer. Vijf, zes, zeven infusies zijn moeiteloos haalbaar met een goede batch.

Gebruik zacht, mineraalarm water – gefilterd, idealiter uit een bron zoals Mont Roucous of Volvic. Leitungswasser uit Antwerpen? Alleen als je houdt van metaal en kalk. Gebruik 5 gram op 100 ml water voor gongfu-stijl, of 3 gram op 250 ml als je westers infuseert. Maar wie Oriental Beauty westers zet, zit eigenlijk al in de verkeerde trein.

Drink haar niet naast eten. Oriental Beauty wil geen concurrentie. Geen chocolade, geen kaas, zelfs geen geroosterde nootjes. Ze verlangt stilte, glasheldere aandacht en een tong die kan luisteren. In een ideale wereld drink je haar terwijl je naar een guqin-lied luistert of bij het lezen van de poëzie van Su Dongpo. 🍵

Oriental Beauty

Welke Oriental Beauties zijn werkelijk de moeite waard?

Zoals bij elk high-end product is de markt overspoeld met imitaties. Veel zogenaamde Oriental Beauties zijn gewoon zwaar geoxideerde oolongs die nooit een bladluis hebben gezien. Zoek naar producenten die transparant zijn over de herkomst en het oogstmoment. Echte toppertjes komen uit Pinglin of Emei, van boerderijen waar de bladluis wordt gekoesterd als een muze, niet als een plaag.

Mijn persoonlijke favorieten? Natuurlijk de prachtige Oriental Beauty van JADE TEA die je bij Thee.be kan kopen. De zomerpluk (juni-juli) uit Beipu, waar het microklimaat nét droog genoeg is voor intense aroma’s maar de vochtigheid ‘s ochtends vroeg nog voldoende is voor dauwvorming. Een goede tweede is de Dongfang Meiren van Wang Family Tea Farm – een zeldzame cultivar uit 1000 meter hoogte met een bijna parfumachtige complexiteit. 🐝

Laat je overigens niet verleiden door de goedkoopste opties online. Een echte Oriental Beauty heeft zijn prijs. Onder de 15 euro per 25 gram weet je eigenlijk al genoeg. Als je thee koopt zoals je wijn koopt – met respect voor traditie, terroir en maker – dan zul je nooit teleurgesteld worden.

Oriental Beauty is geen thee die je bezit. Het is een ervaring die je wordt gegund.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.