Oolong. Slechts één woord, maar een echo van eeuwenoude bergen, mistige valleien, zorgvuldig gewelfde blaadjes en een smaakspectrum dat enkel door de meest veeleisende tongen ten volle wordt gewaardeerd. Wie Oolong begrijpt, proeft geen thee meer – hij interpreteert een cultuur, een ambacht, een tijdloos verhaal in vloeibare vorm. Oolong is de aristocratie onder de theeën: evenwichtig, grillig, mystiek – als een ondoorgrondelijke glimlach van een Chinese theemeester. Wie denkt dat thee slechts ‘warm water met een smaakje’ is, mag zich bij deze nederig verwijderen uit de conversatie. 🍃
Wat is Oolong en waarom verdient het een eigen troon?
Oolong (烏龍茶), letterlijk vertaald als ‘zwarte draak’, is een half-geoxideerde thee die zich beweegt tussen de onschuldige lichtheid van groene thee en de robuuste zwaarte van zwarte thee. Maar om Oolong af te schilderen als slechts een ‘middenweg’ is even blasé als zeggen dat Mozart gewoon ‘leuke deuntjes’ schreef. De oxidatiegraad van Oolong varieert tussen 10% en 85%, afhankelijk van de stijl en oorsprong, wat resulteert in een caleidoscoop van aroma’s: florale tonen, gekarameliseerde vruchten, geroosterde kastanje, boterige perzik, of zelfs een vleugje orchidee en natte steen – een minerale toets die enkel uit specifieke terroirs ontspruit.
Oolongthee wordt voornamelijk geproduceerd in China (Fujian en Guangdong) en Taiwan, waar men spreekt van Formosa Oolong – een term die bij een echte connaisseur eerder een fonkeling in de ogen dan enkel een herinnering oproept. De bekendste variëteiten zijn Da Hong Pao, Tie Guan Yin, Shui Xian en Dong Ding. Elk met een eigen signatuur, elk met een historie van generaties vakmanschap. En laat ons eerlijk zijn: wie zijn Oolong koopt in een papieren zakje uit de supermarkt, verdient geen toegang tot deze weelderige hofhouding.

Het maakproces: ambacht op het scherpst van de snede
Een ware Oolong is een zegen van de natuur, maar slechts tot leven gewekt door de hand van de mens. Het maakproces is een hoogst complex ballet van verwelken, schudden, oxideren, rollen, roosteren en rusten. Het begint met het plukken van volwassen blaadjes – geen tere jonge knoppen zoals bij witte thee, maar krachtigere, volledig ontwikkelde bladeren. Deze worden buiten gelegd om te verwelken, waarbij zon en wind hun werk doen, en daarna binnenshuis geschud om enzymatische oxidatie op gang te brengen. De kunst zit hem in de timing: een enkele minuut te lang, en je verliest florale frisheid; te kort, en de diepte mist.
Na deze delicaat gecontroleerde oxidatie – het hart van de Oolongmagie – worden de blaadjes in een specifieke stijl gerold: strak en bolvormig zoals bij een Tie Guan Yin, of lang en kronkelig zoals bij een Wuyi-oolong. Daarna volgt het roosteren, traditioneel boven houtvuur, waarbij men geurlagen opbouwt en ruwe randjes verzacht. Soms laat men de thee enkele maanden rusten om de aroma’s te laten ‘trouwen’. Nee, dit is geen thee – dit is een oud muzikaal instrument, bespeeld door een meester.
Hoe zet je een Oolong? En hoe vergrijp je je eraan?
Een Oolong bereid je niet. Je ontvangt hem. Je benadert hem met eerbied. En nee, geen theezakje, geen kokend water, geen mok van IKEA. Je gebruikt een gaiwan of een kleine Yixing-pot, voor meerdere infusies – elke zetbeurt ontsluit een ander facet, een andere geurige strofe. Water? Gebruik zacht, mineraalarm water op 85–95 °C, afhankelijk van de oxidatiegraad. Meer oxidatie verdraagt hogere temperaturen. De infusietijd? Begin met 15 tot 30 seconden en verhoog geleidelijk. Een goede Oolong begeleidt je moeiteloos tot wel tien infusies lang, waarbij elke ronde subtieler en dieper wordt. Wie de eerste infusie het lekkerst vindt, heeft het niet begrepen. Oolong leeft in de nasmaak, in de herhaling, in het ritme.
De grootste misstap die men kan begaan? Eén infusie maken, het water laten trekken tot de bladeren slap hangen als een verloren brief, en dan weggooien. God verhoede. Een ware theedrinker weet dat Oolong zich pas na de derde infusie openbaart. Dat is zijn karakter: mysterieus, afstandelijk, zelfs arrogant. En precies daarom verdient hij respect. 🐉
Waarom Oolong meer is dan een smaak: energetica en esthetiek
In de Chinese geneeskunde wordt Oolong vaak gezien als een thee die evenwicht brengt. Zijn duale karakter – niet volledig yin, niet volledig yang – maakt hem ideaal voor mensen die snel uit balans raken. Een Tie Guan Yin kan bijvoorbeeld verkoelend werken en de geest verhelderen, terwijl een zwaarder geroosterde Wuyi-oolong verwarmt en een zekere diepte schenkt aan de zintuigen. Taiwanese Dong Ding heeft dan weer een licht narcotiserend effect – ideaal bij contemplatie of poëzie. Voor zij die enkel consumeren om ‘gezond’ bezig te zijn: ja, Oolong bevat catechinen, antioxidanten en theanine – maar wat is de waarde van gezondheid zonder ziel?
Oolong is esthetiek. Een zachte glans op het oppervlak van je porseleinen kopje, de beweging van een opgekruld blaadje dat zich in het water ontvouwt zoals een lotus in de ochtenddauw. Je ruikt geen thee – je ruikt herinneringen, aarde, vuur, regen op steen. In de juiste handen is een kop Oolong als een haiku: bondig, maar oneindig diep. ☯️

Welke Oolongs verdienen de aandacht van de ware theekenner?
Hoewel de keuze subjectief is – zoals elke nobele voorkeur – zijn er een aantal Oolongs die als absolute referentie gelden. De Da Hong Pao uit de Wuyi-bergen is het kroonjuweel. Deze ‘keizerlijke’ thee, ooit gereserveerd voor het hof, kost al snel honderden euro’s per 50 gram wanneer afkomstig van originele ‘moederbomen’. Zijn smaak? Geroosterde cacao, natte leisteen, leer, een zweem van pruim. Geen enkel aroma springt eruit – alles is verweven als zijde. De ‘yan yun’ – het beroemde ‘rotsgevoel’ – laat een droge, minerale afdruk na op de tong.
De Tie Guan Yin, of ‘IJzeren Godin van Barmhartigheid’, biedt dan weer een explosie van florale tonen en melkachtige rondheid – vooral wanneer licht geoxideerd. Deze thee zingt, letterlijk. Taiwanese Alishan Oolong, geoogst op grote hoogte, is eleganter dan een Japanse haiku. Subtiele bergbloemen, romige body, lange afdronk. De Oriental Beauty – of Bai Hao Oolong – een zoetere stijl uit Taiwan, dankt zijn smaak aan de beet van de Jacobsluis, een klein insect dat de blaadjes doet oxideren terwijl ze nog aan de struik hangen. De resulterende thee is honingachtig, complex, zonder enige bitterheid. Een foutloze uitvoering van imperfectie. ✨
Persoonlijk beschouw ik een goed geroosterde Wuyi Shuixian als de ideale metgezel voor een winterse avond met stilte. Geen muziek, geen afleiding. Enkel porselein, donker goud, en de vage herinnering aan houtrook in een vergeten tempel.
Wanneer drink je Oolong? En met wie, of beter: met wie niet?
Oolong vraagt aandacht, geduld, verfijning. Het is geen thee die je drinkt op een maandagochtend tussen de mails door. Je serveert hem niet bij brunches met croissants en jus d’orange – tenzij je ook foie gras op het menu hebt. Nee, Oolong verdient een eigen moment, of hooguit gezelschap van iemand die zwijgt wanneer het blaadje zich opent. Combineer hem eventueel met subtiele gerechten: gestoomde dim sum, geroosterde kastanje, of een rijpe bergkaas. Maar vermijd alles met knoflook of tomaat – laat dat over aan de pizza-etende menigte. Oolong is voor zij die het verschil proeven tussen een echo en een galm, tussen een geur en een herinnering. 🍵
Oolong is geen drank. Het is een ervaring, een reis zonder bagage. Wie hem eenmaal begrijpt, kan nooit meer terug naar banaal gekleurde infusies uit papieren zakjes. Zoals een schilder geen stiften meer gebruikt, zoals een componist geen deuntjes schrijft – zo drinkt een theekenner geen thee meer, maar leest hij Oolong, slok per slok, als een poëtisch manuscript in vloeibare vorm.
