Er zijn weinig ervaringen in het leven die kunnen tippen aan het moment waarop je je neus langzaam boven een porseleinen gaiwan buigt, gevuld met versgeplukte en vakkundig verwerkte losse theebladeren. Nog vóór het water hun essentie losweekt, nog vóór je tong iets mag proeven, nog vóór je ogen zich verlustigen in het theatrale openen van de bladeren… is er dat heilige moment van geur. Niet zomaar een geur, maar een caleidoscopische symfonie van vluchtige aroma’s, etherische oliën en oxidatiekarakteristieken die zich alleen onthullen aan zij die traag, aandachtig en bijna devotioneel ruiken. De geur van droge bladeren is het orakel van de thee – wie luistert, leert.
Waarom de geur van droge bladeren alles verraadt
Het zou blasfemie zijn om te beweren dat je een thee kent, zonder haar eerst geroken te hebben in droge staat. De droge geur vertelt je niet enkel iets over het type thee – het verraadt haar terroir, het seizoen van pluk, de mate van verwelking, de fermentatiegraad, de oxidatiecondities en vooral: de ziel van de maker. De geur van droge bladeren is de stilistische handtekening van de producent, met meer subtiliteit dan welk etiket ook. Wie met aandacht ruikt, kan raden of het gaat om lentepluk (春茶 – *chuncha*) of herfstpluk (*qiucha*), of de bladeren zonverwelkt zijn, of in de schaduw, of de cultivar een Tieguanyin is of een Dancong – zonder zelfs maar een slok te nemen.
Neem nu een topklasse Wuyi Yancha – de droge geur is meestal robuust, rokerig met hints van mineraliteit, geroosterde noten en florale diepte. Bij een Taiwanese Dong Ding oolong ruik je direct de melkachtig-bloemige elegantie, dat kenmerkende orchidee-achtige vleugje, gehuld in een romige omhelzing van licht geroosterde aroma’s. En Sencha? Ach, dat is een verhaal apart – grasachtig, umami-achtig, met een zoute ondertoon en dat typische stoomachtige bouquet dat je onmiddellijk naar een Japanse heuvelslope brengt.
Hoe ruik je correct aan losse theebladeren?
Dit lijkt misschien triviaal voor de leek, maar voor de ware theemeester is het een ritueel. De juiste manier om droge bladeren te ruiken vereist focus, stilte en respect. Eerst warm je je geurkom of gaiwan op met heet water – niet om de thee in te zetten, maar om het porselein te verwarmen. Vervolgens giet je het water eruit en voeg je onmiddellijk een portie droge bladeren toe. Door de restwarmte komen vluchtige aromacomponenten vrij, en de geur die opstijgt is rijker, complexer en veelzeggender dan bij koude bladeren. Deze techniek heet wenshui xiang (闻水香) – de geur van bladeren boven warm water.
Maar het houdt niet op bij simpelweg ‘ruiken’. Je leert segmenteren: eerst ruik je oppervlakkig, om de topnoten te vangen – citrus, bloemen, kruiden. Daarna diep, met gesloten ogen en vertraagde ademhaling – dan komen de body, de middentonen, de houttonen, de fermentatie. Tot slot, bij een derde, trage inhalatie, neem je de basis waar: mout, aarde, cacao, mineralen. Een goede theetaster ontwikkelt een intern lexicon van geurherinneringen – het is een oefening in mentale olfactorische fotografie.
Wat vertellen de geurprofielen over de kwaliteit van de thee?
De geur van droge bladeren is niet louter esthetiek. Ze is een diagnostisch instrument. Het verschil tussen commerciële bulk-oolong en ambachtelijke handgerolde theebolletjes uit Nantou ruik je al van meters afstand. Vage, stoffige of platte geuren zijn tekenen van oxidatieverlies, slechte opslag of industriële productie. Een scherpe ammoniakgeur? Dat is doorgaans een teken van overfermentatie of bacteriële besmetting bij post-gefermenteerde theeën zoals Shou Pu’er.
Maar een geur die je doet stilstaan, je even de adem beneemt, die meerdere lagen en sequenties van geurnoten openbaart? Die thee verdient je tijd, je aandacht, je stilte. Denk aan een Phoenix Dan Cong met haar perzikbloesem en honing, of een Gu Shu Sheng Pu’er die ruikt naar natte steen, berkenschors, herfstige bossen – dat is geen commercieel product, dat is kunst in bladerenvorm 🎋.
Een geurgevoelige neus herkent ook mismatch tussen geur en beloofde oorsprong. Een Longjing die naar geroosterde pinda’s ruikt in plaats van naar kastanje en groene groenten? Waarschijnlijk niet afkomstig van Xi Hu, hoe luid de verkoper ook roept. Thee liegt zelden. Mensen wel.
Waarom is geur belangrijker dan smaak in tea tasting?
Hier betreden we het domein van pure controverse, maar het is een overtuiging die ik diep koester: geur is de ware boodschapper van kwaliteit. Smaak is vluchtig, beïnvloed door temperatuur, infusiemethode, persoonlijke voorkeur. Maar geur? Geur is de etherische signatuur van de thee. Onze reukzin is direct verbonden met het limbisch systeem – dat deel van de hersenen waar geheugen, emotie en instinct huizen. Daarom kan één snuifje van een Da Hong Pao je terugwerpen naar een vergeten jeugdherinnering aan een nat bos, of aan de boekenkast van je grootmoeder 📚.
In tea tasting onderscheidt men *dry leaf aroma*, *wet leaf aroma* (湿香 – *shi xiang*) en *liquid aroma* (汤香 – *tang xiang*). De droge geur is de introductie – een belofte. De natte bladeren (nadat ze overgoten zijn) tonen de kern – het ware hart van de thee. En de geur van de vloeistof, die damp die uit je porseleinen kop opstijgt? Die is de finale toets, het sluitstuk. Maar onderschat vooral de droge geur niet – zij voorspelt alles wat komt, mits je kunt luisteren.

Welke theeën zijn het meest geurig als droog blad?
Hoewel alle theeën geur bezitten, zijn er enkele die werkelijk boven zichzelf uitstijgen in hun droge staat. Dan Cong oolongs, bijvoorbeeld, zijn beroemd om hun specifieke geurbereiken – men onderscheidt meer dan tien types zoals Mi Lan Xiang (honing-orchidee), Zhi Lan Xiang (iris) en Yu Lan Xiang (magnolia). Elk type heeft zijn eigen florale signatuur, en dat ruik je al voor de eerste infusie.
Daarnaast zijn er de witte theeën – vooral Bai Mu Dan en Shou Mei – die bij correcte opslag na enkele jaren een geur ontwikkelen van gedroogd fruit, muskus en oud hout. Men noemt dit aroma *chen xiang* (陈香) – de geur van ouderdom, van tijd, van rust. Een goed gerijpte Shou Mei ruikt naar abrikozen, ruwe zijde, bibliotheken vol vergeten kennis.
Ook sommige Gyokuro’s uit Uji zijn fenomenaal in droge geur: een dichte, ziltige, zeewierachtige wolk die je bij de keel grijpt. Niet voor beginners, want wie denkt dat thee altijd ‘fris’ ruikt, wordt hier geconfronteerd met diepe umami en haast animale ondertonen 🐚.
Ten slotte, wie écht iets zeldzaams wil ruiken, moet zijn neus eens in een theeblik met handgerolde Liu Bao stoppen, bij voorkeur een batch van vóór 1990. Aarde, cacao, kelder, leer, rook… en iets dat doet denken aan gefermenteerde pruimen en jeneverbes. Een geur als een Chinese roman van duizend pagina’s: mysterieus, verwarrend, bedwelmend.
De geur van losse theebladeren is voor de ware theeliefhebber geen randfenomeen, maar de sleutel tot begrip, beleving en waardering. Wie enkel drinkt en niet ruikt, blijft aan de oppervlakte dobberen. Maar wie ruikt vóór hij drinkt, dringt door tot de ziel van de Camellia sinensis 🌿.

